, ,

Workflower automatiseert proces van MRSA-screening en -behandeling bij Jan Yperman


WORKFLOWER USE CASE

Het opvolgen van ziekenhuisbacteriën zoals MRSA is van essentieel belang binnen een ziekenhuiscontext. Als de laboratoriumresultaten aangeven dat een patiënt besmet is of als een besmette patiënt wordt opgenomen, dan is het zaak om zo snel mogelijk de nodige maatregelen te nemen: je start met de behandeling van de betrokken patiënt en – om verspreiding van de bacterie naar de andere patiënten tegen te gaan – isoleer je de patiënt en neemt iedereen die met hem in aanraking komt de gepaste hygiënische maatregelen. Een duidelijke afstemming en communicatie tussen onder meer het laboratorium, de verpleegeenheden en de ziekenhuishygiënisten zijn hierbij onontbeerlijk. 

 

 


Oplossing

Het Jan Yperman ziekenhuis, dat alle patiënten bij opname screent op MRSA, zocht een oplossing om de complexe opvolging van de screening en behandeling te automatiseren. Samen met Amaron tekende het ziekenhuis een gedetailleerd proces uit. Ondertussen is de oplossing ook geïmplementeerd. De koppelingen met het laboratoriumpakket en het EPD spelen hierbij een centrale rol. Hierdoor zijn alle resultaten en acties inzichtelijk voor alle betrokkenen.


 

 

Wat vinden de gebruikers?

“Workflower waakt samen met onze zorgverleners over kritische resultaten en ziekenhuishygiëne. Het detecteert risico’s aan de hand van relevante informatie. Zo worden de nodige maatregelen tijdig genomen, herscreenings ingepland en aangewezen consulten aangevraagd.”

Yves Platteeuw, ICT Project Manager

 

 


Hoe het werkt

  • Wanneer een patiënt wordt opgenomen in het ziekenhuis gaat een MRSA-proces van start. Dit gebeurt op basis van de registraties in het ziekenhuisinformatiesysteem (via HL7-datastromen). Omdat het ziekenhuis elke opgenomen patiënt screent, gaat dit al snel over een 500-tal screenings per week.
  • Afhankelijk van de MRSA-status die voor de patiënt geregistreerd staat in het EPD wordt een screeningsprocedure opgestart:
    • Voor patiënten zonder MRSA-status wordt een cultuurtest uitgevoerd.
    • Bij risicopatiënten – dit zijn patiënten die ooit behandeld zijn voor MRSA en dus MRSA-drager zijn –, gebeurt er zowel een PCR- als een cultuurtest.
    • Bij patiënten die gekend staan als ‘besmet met MRSA’ moeten er drie opeenvolgende screenings plaatsvinden. Het systeem gaat ook na of de patiënt een ingreep moet ondergaan.
    • Sommige patiënten kunnen niet behandeld worden. Zij worden direct in afzondering geplaatst zonder screenings.
  • Op basis van een koppeling met het LIS controleert de applicatie of de nodige screenings zijn uitgevoerd. Een aantal ingebouwde controlemechanismen zorgt ervoor dat er een escallatieprocedure van start gaat wanneer de standaardflow niet gevolgd wordt, bv. indien er geen screening is afgenomen binnen de 24 uur na opname.
  • Als een screening positieve resultaten oplevert, of als een patiënt met status ‘besmet’ een operatie moet ondergaan, dan wordt de dekolonisatieprocedure gestart.
    • De patiënt wordt dan vijf dagen behandeld en daarna opnieuw driemaal gescreend.
    • Indien deze screenings driemaal een negatief resultaat opleveren, wordt de dekolonisatieprocedure afgesloten.  De verpleging wordt hiervan op de hoogte gesteld en krijgt een taak om de kamer te laten ontsmetten. Verder wordt ook de MRSA-status van de patiënt aangepast: dit gebeurt automatisch in het EPD en manueel in het ziekenhuisinformatiesysteem.
    • Indien een van de resultaten positief is, wordt de bovenvermelde procedure van dekolonisatie nog eenmaal herhaald.
  • Het proces sluit af bij ontslag van de patiënt, of bij beëindiging van de dekolonisatieprocedure.

 

 

Gebruikte technologieën

  • ADT HL7-stromen voor de uitwisseling van de laatste patiëntinformatie zoals opname, transfers, ontslag;
  • HL7-interface voor het verwerken van de resultaten uit het LIS;
  • Webservice koppeling met het softwarepakket van het operatiekwartier om na te gaan voor welke besmette patiënten een operatie gepland is;
  • HL7-interface voor het uitwisselen van data met het EPD;
  • Connectiviteitsoplossing voor de ontvangst (en eventuele transformatie) van data die de processen aansturen;
  • Workflower, dat dienst doet als controlecentrum voor het uitvoeren en opvolgen van activiteiten (taken, berichten, timers).